|
1.
Waarom is er op school geen taakleerkracht
meer?
2.
Hoe is ons zorgteam samengesteld?
3.
Welke zorgmaatregelen worden er
genomen in de school?
4.
Waarom worden de klassen elk jaar opnieuw
gemengd?
5.
Wordt er aandacht besteed aan pestgedrag op
school?
6.
Wisselen leerkrachten niet te veel van klas en worden jonge
leerkrachten voldoende begeleid?
7.
Waarom kunnen kinderen die zich altijd 'goed' gedragen geen sleutel
bijverdienen?
8.
Kunnen turnshorts nog via de school aangekocht worden?
9.
Wat is de procedure bij een schoolongeval?
10.
Hoe worden de lestijden berekend?
11.
Wat is de wettelijke norm om klassen te splitsen?
12.
Moet
een kind zonder diploma mee gaan zwemmen?
Geen
antwoord gekregen op de vraag die je zocht? Hier
vind je onze e-mailadressen.
|
1.
Waarom is er op school geen taakleerkracht
meer?
Uitgangspunt
in onze visie is:
De draagkracht van elke
leerkracht verhogen in plaats van de draaglast te verminderen.
We
zijn afgestapt van het systeem 'taakleerkracht' om volgende redenen:
1.
Als we een halftijdse taakleerkracht willen, dan moeten er halftijds
twee klassen worden samengevoegd. Praktisch is dit een breekpunt
zowel voor ouders als voor de betrokken leerkracht uiteraard.
2.
Stel dat we toch opteren voor een halftijdse taakleerkracht. Dit wil
zeggen dat hij 12 lestijden ter beschikking heeft. Laat ons zeggen
dat er daarvan minstens twee naar administratieve taken gaan
(leerlingvolgsysteem, organiseren niveaulezen,...) Blijven er tien
lestijden over. Stel opnieuw dat een kind minimaal 2 keer een half
uurtje individueel moet opgevangen worden. Dit betekent dus een hulp
voor 10 kinderen! (op een populatie van 385)
3. In
het verleden hebben we nooit objectief
kunnen vaststellen dat de inbreng van een taakleerkracht een
blijvende meerwaarde betekende. Wie kan dit trouwens wel aantonen?
4.
Kinderen met leerproblemen moeten kunnen functioneren binnen een
klas. De individuele momenten bij de taakleerkracht geven hier
zeker niet altijd de juiste stimulans.
|
| 2.
Hoe is ons zorgteam samengesteld?
In
de plaats van de taakleerkracht (zie hoger) kwam een zorgteam.
Hiervoor zijn lestijden beschikbaar uit GOK (gelijke
onderwijskansen) en uit de eigen puntenenveloppe (zorg,
administratie en ICT), uit de puntenenveloppe scholengemeenschap en
ook uit het reguliere lestijdenpakket.
We
hebben dus een halftijdse zorgcoördinator voor de kleuterschool en
een halftijdse voor de lagere school. Hun opdracht moet wettelijk
gezien verdeeld worden in drie gelijke delen: 1/3 op schoolniveau
(beleidsondersteuning, vernieuwingen implementeren, MDO's voorbereiden
en opvolgen, navorming, ...), 1/3 op leerkrachtenniveau (coaching in
de klas, verwerken van de LVS-toetsen, overleg, remediërende
materialen aanbieden,...), 1/3 op leerlingniveau (lees- en andere
gestandaardiseerde tests afnemen, werkwinkels mee begeleiden,...)
Hiernaast
hebben we de halftijdse GOK-leerkracht die zich toelegt op het
ontwerpen, in kaart brengen en opvolgen van drempelverlagende en
leerstimulerende maatregelen op lange termijn en voor IEDEREEN. Ook
hier onderscheiden we de drie niveaus.
Tenslotte
is er de leerkracht met lestijden beleidsondersteuning. Deze worden
verdeeld tussen 'preventie' in al zijn facetten, coördineren van
sociale vaardigheden (gesprekken met kinderen en ouders), coördinatie
scharlement (leerlingeninspraak), coachen van (nieuwe) leerkrachten
en stagiairs en de wettelijk verplichte functie van
vertrouwenspersoon.
Het
zorgteam vormt samen met de directeur het kernteam. In onze school
wordt dit kernteam dus gevormd door juf Greet uit de kleuterschool
en juf Nicole in de lagere school. Juf Ann Stoffels heeft een intensieve
vorming afgewerkt om deel uit te gaan maken van dit zorgteam.
|
| 3.
Welke zorgmaatregelen worden er
genomen in de school?
Speerpunt
van de hele zorgwerking is de klasleerkracht. De ondersteunende
structurele maatregelen voor hem (haar) zijn:
1.
de specialisatie: OF rekenen OF taal zodat men de leerstof en
de eindtermen over dit domein in de vingers heeft en de leerstof kan
aanpassen aan de noden van het 'individu'.
2.
niveaugroepen binnen elk leerjaar. Dit wil in de praktijk zeggen een
grotere groep van leerlingen die vlotter en/of zelfstandiger met de
leerstof aan de slag kunnen. De leerlingen die meer gestructureerde
hulp nodig hebben, vormen een kleinere groep (max. 15) Dit is voor
elke leerkracht een vrij comfortabele situatie! Hier kan hij meer
tijd vrijmaken voor wie het nodig heeft dan gelijk welke
taakleerkracht kan realiseren.
Deze
groepsindeling is soepel en staat dus helemaal niet vast voor een
volledig jaar.
Verdere
zorgmaatregelen zijn:
1.
de flexibele jaaroverstijgende groepering waarbij kinderen hetzij
voor rekenen hetzij voor taal de lessen kunnen volgen in een
aangrenzend (hoger of lager) leerjaar.
2.
wekelijkse werkwinkels van 2 lestijden waarbij de kinderen
zelfstandig en individueel aangepaste taken afwerken (moetjes,
magjes) waarbij de leerkracht opnieuw tijd kan vrijmaken voor remediëring
3.
(een gedeelte van) het computeruur kan (moet) besteed worden aan
individuele opdrachten. De leerkracht moet de oefenstof voor
elk kind individualiseren.
4.
Partnerlezen: op een vast moment in de week lezen kinderen van een
hogere klas met kinderen van een lagere klas. Door koppels te vormen
krijgen de kinderen veel meer oefentijd dan in het oude systeem van
niveaulezen. We zijn nog op zoek naar een systeem om de oefenkansen
uit te breiden.
5.
Drie keer per jaar worden gestandaardiseerde tests voor lezen en
rekenen afgenomen zodat onze kinderen kunnen geplaatst worden in het
'Vlaamse veld'
6.
Elke toets gaat mee naar huis zodat ouders de kans krijgen zelf
nauwgezet de tekorten op te volgen. Op het rapport verdwijnen de
medianen omdat we elk kind willen waarderen voor zijn eigen evolutie
en hiervoor beter geen gemiddelde vergelijkingsbasis nemen.
7.
CLB houdt veertiendaags een zitdag in de school waar ouders en
leerkrachten hun problemen kunnen voorleggen. Uiteraard kan dit bij
dringende gevallen altijd op vraag.
8.
Op regelmatige MDO's wordt systematisch elk kind met (leer)problemen
besproken en evalueren we de interventies.
9.
We bezuinigen nooit op leermiddelen en software die remediërend wat
kunnen bijbrengen. Onlangs schaften we ons de dure software 'SPRINT'
aan voor het begeleiden van kinderen met dyslexie.
10.
Ons kernteam schoolt zeer regelmatig bij om de evolutie van de
pedagogische inzichten op het vlak van brede zorg op de voet te
volgen. Van hieruit proberen we onze werking te sturen. Het is
begrijpelijk dat niet elke leerkracht onmiddellijk op volle kracht
hierin meedraait. We kunnen niet verwachten dat iedereen aan het
touw trekt. We gaan er wel van uit dat iedereen tenminste dit touw
vasthoudt...
11.
Differentiatie wordt ook toegepast bij toetsen (extra-hulpmiddelen,
mondelinge vragen,…) en huistaken, rekening houdend met de
gezinssituatie van het kind en met zijn mogelijkheden.
12.
Externe specialisten (logo, kine, Gon,…) of gespecialiseerde
onderzoekscentra delen hun expertise met de leerkrachten wanneer dit
nodig is.
13.
Leerkrachten verdiepen zich via lectuur of navorming in specifieke
problemen waarmee zij in hun klas worden geconfronteerd (auti, nld,
adhd,…)
|
| 4.
Waarom worden de klassen elk jaar opnieuw
gemengd?
Dit
doen we om de klasgroottes gelijk te kunnen houden (zittenblijvers,
verhuis,…), om de sociale contacten tussen alle kinderen van
dezelfde leeftijd te stimuleren (stel dat je kind dan nooit bij zijn
beste vriendje zou zitten of nooit echt zou kennismaken met sommige
leeftijdsgenoten), en om te kunnen inspelen op factoren die een
invloed hebben op het leren van het kind (storend gedrag wanneer
bepaalde kinderen samen zitten, een leerkracht die een bepaald kind
minder ligt of omgekeerd,…)
|
| 5.
Wordt er aandacht besteed aan pestgedrag op
school?
Pestgedrag duikt
regelmatig opnieuw op maar is ook dikwijls een gevolg van buurt- of
sportclubwerking. Dit is een fenomeen dat ook heel subjectief wordt
ervaren en met ups en downs gaat. We zetten ons hiervoor heel sterk
in. Er wordt heel veel gepraat met pesters en gepesten en voor zover
dit in onze macht ligt, wordt er ook opgetreden als dat nodig is.
Elke klas heeft een permanente zithoek. Juffrouw Nicole is de
vertrouwensleerkracht waarbij ouders en kinderen deze specifieke
problemen altijd kunnen aankaarten. 'Contactsleutels', een programma
voor het verwerven van sociale vaardigheden, heeft zijn vaste plaats
in het weekrooster van elke klas.
|
| 6.
Wisselen leerkrachten niet te veel van klas en worden jonge
leerkrachten voldoende begeleid?
We
proberen een stoelendans te vermijden en zeker beperken tot wat
zinvol is. Zoals in elk bedrijf krijgen leerkrachten wel de kans om
te opteren voor een ander leerjaar op het einde van een schooljaar.
Ook vanuit het beleid kan gevraagd worden om van klas te veranderen.
De redenen kunnen divers zijn. en anciënniteit zal ook zijn rol
spelen.
Verandering kan trouwens ook de motivatie een zetje geven.
Leerkrachten zijn opgeleid om in elk leerjaar les te kunnen geven.
Jonge leerkrachten krijgen een volwaardige kans. Er wordt verwacht
dat zij zich zoveel mogelijk schikken naar het profiel dat is
uitgetekend en dat bij de sollicitatie is besporkenJ uffrouw Nicole
is hun mentor waarbij ze met elk probleem terecht kunnen. Zij moeten
gedurende het jaar wel blijk geven van de juiste mentaliteit.
Voor de kinderen zal het gebrek aan ervaring van jonge leerkrachten
meestal gecompenseerd worden door een surplus aan energie en nieuwe
inzichten.
|
| 7.
Waarom kunnen kinderen die zich altijd 'goed' gedragen geen sleutel
bijverdienen?
Ons sleutelspel is
in de eerste plaats een spel. Elk kind probeert zijn vijf sleutels
te behouden door zich te gedragen volgens de afgesproken regels.
Uitzonderlijk kan er een extra sleutel gegeven worden, maar we gaan
er van uit dat het gedrag in orde is met vijf sleutels. We maken er
geen streven van om zich als een 'salonkind' te gedragen.Slechts
wanneer een kind flagrant 'een scheve schaats rijdt', moet het een
sleutel inleveren. Op dit moment kan het zich extra inzetten om deze
sleutel terug te verdienen. Dit gebeurt altijd in een één-één
relatie: de leerkracht die de sleutelopvroeg, moet specifiek dit
kind opvolgen om het een positieve feed-back (samen met de sleutel)
te kunnen geven.
|
| 8.
Kunnen turnshorts nog via de school aangekocht worden?
Vanaf het
schooljaar 08-09 beperken we het turnuniform tot een T-shirt met
opdruk van de school. Dit t_shirt is opgenomen in de maximumfactuur
en vraagt dus geen bijkomende uitgave van de ouders. Wel vragen we
om hierbij een zwarte short te dragen. Deze kan op de vrije markt
worden aangeschaft. Voor de meisjes blijkt het niet eveident om aan
een schappelijke prijs een zwarte legging te vinden. Daarom wil de
school graag ingaan op de vraag vanuit de ouderraad om deze leggings
voor meisjes toch nog via de school aan te bieden. Ouders kunnen dus
voor hun dochter nog altijd een zwarte legging bestellen via de
school aan de prijs van 10 euro.
|
| 9.
Wat is de procedure bij een schoolongeval?
Meestal
zijn deze ongevalletjes gelukkig zonder veel erg en met wat
zoentjes, een beetje water, ontsmetting en een pleister is dikwijls
al veel leed geleden.
Jammer genoeg kunnen verwondingen ook van een andere aard zijn.
Soms kan een eerste bloederige indruk best meevallen bij verzorging,
een andere keer is professionele hulp vereist.
Wanneer
er een ongevalletje gebeurt op de speelplaats, wordt het kind naar
binnen gebracht en wordt de wonde verzorgd door een leerkracht die
geen toezicht heeft.
Altijd zal deze vragen naar het hoe en het waarom van ongeval en
pijn, samen met een grondige observatie van het kind.
Eventueel worden collega’s ingeschakeld om een duidelijker advies
te krijgen.
Meestal zal deze behandeling volstaan en wordt de klasleerkracht
ingelicht zodat hij bij het vervolg van de les rekening kan houden
met de gekwetste.
Wanneer we ook maar de minste twijfel hebben omtrent de ernst
van de kwetsuur of de hoogdringendheid van de behandeling zetten we
volgende verdere stappen:
-
de ouders van het kind worden opgebeld zodat een vertrouwd
iemand mee kan gaan naar de huisarts. (eigen telefoonnummer of
noodnummer)
-
Als er niemand bereikbaar is, nemen we
zelf contact op met de huisarts (tandarts) en gaan zelf met het kind
naar de dokter
-
Als de huisarts niet beschikbaar is, contacteren we dokter
Mostmans
-
Nadien licht de klasleerkracht of directie de ouders zo snel
mogelijk in
We gaan liever zes keer voor niks naar de dokter dan dat we één
keer te weinig zouden gaan.
Bij een ongeval met dokterstussenkomst, wordt er altijd een attest,
dat je op school meekrijgt, ingevuld door de arts. Dit papier komt
zo snel mogelijk terug naar de school. Wanneer alle onkosten via je
ziekenfonds gepasseerd zijn, krijg je van dit ziekenfonds een bewijs
van tussenkomst. Ook dit bezorg je aan de school zodat de
schoolverzekering het resterende bedrag kan terugstorten.
We
kunnen geen ongevallen voorkomen, we willen wel proberen ze zo goed
als mogelijk te verzorgen.
|
| 10.
Hoe worden de lestijden berekend?
Dit is een vrij complexe situatie. We proberen dit eenvoudig voor te
stellen:
- Het
aantal leerlingen op 1 februari van het voorgaande schooljaar
geeft recht op een totaalpakket aan lestijden waarmee de school
leerkrachten kan aanwerven en klassen kan inrichten. Maar op 1
september kan dat aantal leerlingen natuurlijk een flink stuk
hoger of lager liggen dan op 1 februari wanneer er bijvoorbeeld
kleine 6de klassen uitstromen en grote eerste klassen
bijkomen of omgekeerd.
- Boven
op dit pakket komen lestijden godsdienst en enkele lestijden
lichamelijke opvoeding. Ter illustratie: onze school krijgt 4
lestijden lichamelijke opvoeding!
- Dan
krijgen we nog een pakket lestijden die specifiek gebruikt
moeten worden voor zorg, ict of administratie.
- Wanneer
we voldoende leerlingen hebben met een verhoogd risico op
leermoeilijkheden krijgt de school misschien nog een pakketje
uren voor zogenaamde Gelijke OnderwijsKansen.
- Ook
de scholengemeenschap krijgt een aantal lestijden ter
beschikking die KUNNEN verdeeld worden over de scholen ofwel
worden aangewend voor een gezamenlijk project.
- Tenslotte
is er nog een heel klein voorraadje lestijden die moeten besteed
worden aan de begeleiding van stagiairs en nieuwe leerkrachten.
Uitgangspunt
in onze organisatie blijft het welzijn van de kinderen. Toch moeten
we rekening houden met
- de verlofstelsels van de leerkrachten,
- de voorrangsregeling waar bepaalde mensen recht op hebben, meestal
dan nog over de eigen school heen op het vlak van de
scholengemeenschap.
- Hier moet dan nog een eerlijk en vrij strict lessenrooster op geënt
worden dat ruimte geeft aan alle vakken en waarin turnen, zwemmen,
computer, Frans, Nederlands en wiskunde in de verschillende klassen
op mekaar moeten worden afgestemd.
- Tenslotte zit je ook met het gegeven 'accomodatie'. Je kan geen
ruimte toveren, je kan enkel proberen zo breed en creatief mogelijk
na te denken en dan voor en tegen af te wegen.
|
| 11.
Wat is de wettelijke norm om klassen te splitsen?
Er bestaat geen
maximumnorm. Je kan dus bij wijze van spreken alle kinderen in 1
klas zetten. De school krijgt een totaalpakket lesuren waarmee ze
zelf de organisatiestructuur van de klasverdeling kan uitzetten.
|
| 12.
Moet
een kind zonder diploma mee gaan zwemmen?
Aangezien 'kunnen
zwemmen' ook een eindterm is, zijn we als school ook verplicht om
elk kind zo ver mogelijk te krijgen, net zoals we dat voor wiskunde
of taal verplicht zijn. Een kind moet dus zeker mee gaan zwemmen tot
het een diploma heeft gehaald, uiteraard wanneer er geen medische
restricties zijn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|